Indexering alimentatie per 1 januari 2015

Jaarlijks worden de alimentatiebedragen aangepast. Dit wordt de indexering genoemd. De minister van Justitie stelt elk jaar in november een percentage vast waarmee alle vastgestelde bedragen voor kinder- en partneralimentatie op 1 januari van het nieuwe jaar automatisch wijzigen. Dit voorkomt dat de alimentatiegerechtigde jaarlijks een nieuwe procedure moet starten. Voor de vaststelling van het percentage wordt gekeken naar het loonindexcijfer, dat elk jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wordt berekend. Bij de berekening van het loonindexcijfer kijkt het CBS naar de salarisontwikkeling bij bedrijfsleven, overheid en in andere sectoren.

Het indexcijfer van alimentatie voor 2015 is vastgesteld op 0,8 %. Dat houdt in dat met ingang van 1 januari 2015 de bedragen voor kinder- en partneralimentatie met een percentage van 0,8 % automatisch zijn verhoogd. Het percentage van 0,8 % geldt van rechtswege voor alle alimentaties, of ze nu door de rechter zijn vastgesteld of door partijen zelf zijn afgesproken. De verhoging van de alimentatie wordt berekend over het alimentatiebedrag zoals het op 31 december 2014 vaststond, was vastgesteld of was gewijzigd. In dat bedrag zijn dan ook begrepen de indexeringen die in vorige jaren hebben plaatsgevonden.

Zoals gezegd vindt de verhoging van 0,8 % van rechtswege plaats. Dat betekent dat een rechterlijke uitspraak of een overeenkomst tussen partijen daarvoor niet nodig is. Vindt men de verhoging niet redelijk dan kunnen partijen onderling zelf een andere regeling treffen. Het staat partijen vrij om overeen te komen dat niet de totale verhoging, maar een deel daarvan of helemaal geen verhoging betaald hoeft te worden.
Als de alimentatieplichtige de indexering van de alimentatie weigert te betalen en het lukt partijen niet om in onderling overleg afspraken te maken, dan kan het beste een advocaat worden ingeschakeld.

Er zijn uitzonderingen op de regel. In één geval geldt de wettelijke indexering in het geheel niet. Alle alimentaties die vóór 1 januari 1973 zijn vastgesteld zijn op grond van de wet vrijgesteld van deze wettelijke indexering. Ook is indexering uitgesloten als zowel door partijen bij onderlinge (schriftelijke) overeenkomst als ook door de rechter bij rechterlijke uitspraak de wettelijke indexering worden uitgesloten. Bijvoorbeeld omdat de alimentatieplichtige een vast inkomen heeft, dat niet meestijgt met het loon- en prijspeil. De uitsluiting kan zien op een beperkte periode maar ook de gehele alimentatieperiode. De partijen kunnen ook een andere indexeringsregeling overeenkomen of door de rechter bij rechterlijke uitspraak laten vastleggen.

Het is dus van belang dat de alimentatiegerechtigde goed in de gaten houdt of de alimentatieplichtige de alimentatie jaarlijks per 1 januari uit zichzelf heeft verhoogd. Is dit niet het geval, wijs hem of haar dan op de wettelijke verhoging.
Wanneer een alimentatieplichtige weigert de jaarlijkse wettelijke indexering te voldoen, en/of weigert een ontstane achterstand in te lopen, bestaat de mogelijkheid om executiemaatregelen te treffen. Een uitspraak van de rechter kan uit handen worden gegeven aan de deurwaarder.
Een alimentatiegerechtigde kan dus ook achteraf om nakoming van betaling van de index vragen, maar moet dan rekening houden met een verjaringstermijn van vijf jaar.

Hetis raadzaam er zoveel mogelijk op toe te zien dat de wettelijke indexering jaarlijks wordt nageleefd. Dat voorkomt discussie achteraf over de hoogte van de ontstane achterstand en het juiste alimentatiebedrag.

Heeft u, als alimentatieplichtige of alimentatiegerechtigde, naar aanleiding van het bovenstaande vragen, dan kunt u zich uiteraard te allen tijde tot ons kantoor wenden.

indexering

Contact

    Bezoekadres
    1e Dorpsstraat 22
    3701 HB Zeist

    info@c-advocaten.nl
    T 030 – 75 199 18
    F 030 – 75 229 59